Ik was opeens niet meer zo’n goede moeder

Een tijdje terug begon de meest zware periode uit mijn moedersbestaan. Een enorme peuterfase waarbij de huilbuien centraal stonden. Mijn jongste zoon wilde niets en dat werd herkenbaar gemaakt door huilbuien en veel geschreeuw. Het heeft zo’n 3 weken geduurd en ik kan gelukkig zeggen dat het weer achter de rug is. Maar niet voor al mijn moederskills waren uitgetest en ik echt op de proef gesteld werd door mijn kind.

Het begon zo goed

De wandeling naar school was veelbelovend. Meneer wilde getild worden en zat hoog op mijn arm vrolijk om zich heen te kijken. Geen vuiltje aan de lucht dus. Nadat we zijn grote broer hadden afgezet wil ik nog even wat boodschappen doen bij de supermarkt. Een voorraad voor een paar dagen moest ingeslagen worden. Aangekomen bij de karretjes slaat zijn humeur om. Een zeurderig huiltje werd ingezet en langzaam nam het in volume toe.

Huilend de winkel door

Als een razende schiet ik door de winkel om alles te pakken wat ik nodig heb. Het zeurderige gehuil doet me, na al die tijd, niet zoveel meer, maar het voelt gĂȘnant om met een huilend kind de winkel door te lopen. Jaloers kijk ik naar een moeder met twee lieve kleine jongetjes die in alle rust haar boodschappen kan doen.

Gelukkig, er is hoop. Het spelletje ‘gooi alles op de band’ geeft wat afleiding als we bij de kassa staan. Bij alles vertelt hij voor wie het is. Komkommer voor papa, appels voor Owen, vlees voor Morris en de melk is voor mama. Deze positieve flow moeten we vasthouden en dus klets ik als een getrainde kinderentertainer door alsof mijn leven ervan afhangt.

Nog voor we de winkel uit zijn laat meneer helaas weer van zich horen. Zelf lopen! Aan zijn zeurderige toontje weet ik al hoelaat het is. Even diep ademhalen! We hebben geen haast, dus als hij zelf wil lopen kan dat best.

Nee mama, niet huis

Ik zet de kar weg en geef meneer zijn eigen tas. Nog even spelen we op het verhoogde muurtje, maar dan moeten we echt richting huis. ‘Nee mama, niet huis.’ Ik probeer hem te lokken met iets lekkers, maar hij lijkt het niet meer te horen. Zelfs als ik zeg dat het tijd is voor een snoepje reageert hij niet. Of eigenlijk reageert hij wel en begint hij weer harder te huilen.

Ik loop iets vooruit in de hoop dat hij meeloopt. ‘Ik ga naar huis!’ roep ik hem na. Iets wat bij zijn broer goed werkt als hij niet mee wil lopen. Owen heeft er geen oren naar en laat zich op zijn knieetjes vallen. Hij is niet meer gemotiveerd om te lopen en ondanks dat ik zware tassen heb besluit ik mijn peuter te gaan tillen.

Ik zet mijn boodschappentas neer en loop terug om mijn kind te halen. Alsof hij vloeibaar is geworden zodra ik hem probeer op te tillen. Geen enkele houvast heb ik meer en hij valt weer op zijn knieetjes. Hij heeft er geen zin in om bij mama op de arm te zitten. Ik neem hem in de houdgreep en til hem tot waar ik de tas had neergezet. Het huilen wordt weer een tandje harder. Ik kijk om me heen om te zien hoeveel mensen dit gĂȘnante moment aanschouwen. Gek genoeg reageert er niemand. Alsof iedereen mij zoveel mogelijk probeert te negeren.

Vervelend voor je

Van pedagogisch verantwoord praten tot vol gas omkopen, het lukt me niet om mijn kind mee te krijgen. Ik gooi hem over mijn schouder, maar hij trappelt uit alle macht om weer op de grond te komen. Ik pak hem bij zijn arm om hem een paar stappen mee te laten lopen. Langzaam komen we stapjes verder, maar snel gaat het niet. Op een gegeven moment komt er een oudere dame naast me lopen. ‘Vervelend voor je. Mijn kinderen hebben dit ook meegemaakt.’ Ik probeer een praatje met haar te maken over dat dit erbij hoort en dat dit de dingen zijn die je gelukkig snel weer vergeet. Ergens voelt het fijn dat iemand met je meevoelt, maar op dit moment schiet ik er niet zoveel mee op.

Ik ploeter verder met mijn kind dat zich niet laat tillen en zelf niet wil lopen. De tas 5 meter vooruit zetten en terug om mijn kind te tillen. Mijn geduld is nu echt op. Het einde van mijn lontje is bereikt. Nog even wachten met alles pakken en eerst ademhalen! Wat is er toch aan de hand met mijn ventje. Als ik met hem probeer te praten krijg ik geen contact en het lukt me niet om hem mij aan te laten kijken. Het geschreeuw galmt door mijn hoofd. Als ik hem weer een keer optil schopt hij mijn bril van mijn gezicht…

Mijn geduld was op

Je kan nog zo diep ademhalen, nog zo vaak tot 10 tellen, maar soms is het geduld gewoon op. Ik pak hem bij zijn arm en sleep hem mee naar huis. Het laatste stukje gooi ik hem over mijn schouders en til hem in de tuin. Ik doe de tuindeur op slot en laat hem in de tuin huilen. Zelf ga ik naar binnen. Ik kan er even niet meer tegen.

>> Lees ook: En toen was hij weg

Wat een drama, maar gelukkig weet ik dat dit een fase is. Je krijgt veel sympathieke blikken of mensen proberen zich er niets van aan te trekken. Ze weten allemaal hoe moeilijk het is. Maar nooit komt er iemand naar je toe om je te helpen. Nooit vraagt iemand of ze je tas kunnen tillen of misschien zelfs je kind kunnen tillen. Ik denk dat ik na deze ervaring de eerst volgende moeder in nood een hand zal toereiken. Even iets meer dan ‘goh meid, ik weet hoe zwaar het is’ en haar helpen.

Help jij volgende keer ook een moeder in nood?

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge